FAQ Werk & Inkomen
Inhoudsopgave
- 1: Inhoudsopgave
- 2: Inleiding
- 3: Arbeidsrecht
1. Waar kan ik informatie vinden over arbeidsrecht?
2. Hoe zit dat met de wet, CAO en mijn arbeidsovereenkomst?
3. Wat doet een vakbond en/of rechtsbijstandsverzekering?
4. Wat is een concurrentiebeding?
6. Kan ik eerder ontslag nemen als ik een arbeidsovereenkomst heb voor bepaalde tijd?
- 4: Sociale zekerheid en uitkeringen
2. Loondoorbetaling tijdens ziekte en de Ziektewet
3. De Ziektewet
4. De wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)
5. De arbeidsongeschiktheidsuitkering voor jongeren (WAJONG)
- 5: Belastingen
1. Worden extra inkomsten (vakantiegeld, uitbetaalde vrije dagen, overuren, etc.) extra belast?
- 6: Financiele producten en diensten
1. Kan ik een overschrijving terugdraaien? En een automatische incasso?
- 7: Slotwoord
- 8: Credits
- 9: Changelog
Inleiding
Welkom in het Werk & Inkomen forum op Gathering of Tweakers. In Werk & Inkomen kun je terecht voor al je vragen die betrekking hebben op werk, inkomen, belastingen, financiele producten en diensten, etc. Een nadere beschrijving van het beleid is te vinden in de Werk & Inkomen policy.
In deze FAQ proberen we een antwoord te geven op de veel voorkomende vragen. Tweakers.net garandeert niet dat de onderstaande FAQ juridisch correct en volledig is. Tevens kunnen er geen rechten aan deze FAQ worden ontleend. Ga daarom in specifieke situaties dan ook altijd na of de algemene uitleg opgaat voor jouw situatie en/of zoek professionele bijstand.
Arbeidsrecht
Waar kan ik informatie vinden over arbeidsrecht?
De wet bepaald uiteindelijk welke rechten en plichten werknemers en werkgevers hebben. In dit geval is met name Burgerlijk Wetboek, titel 7.10; Arbeidsovereenkomst relevant. Deze zijn terug te vinden op http://www.wetten.nl en http://www.arbeidsrechter.nl/w/bw.htm.
Omdat de wet niet altijd even makkelijk te interpreteren is geven we hieronder nog wat links en gaan we ook in op een paar concrete vragen.
Hoe zit dat met de wet, CAO en mijn arbeidsovereenkomst?
Vrijwel iedereen zal schriftelijk een arbeidsovereenkomst aangaan door middel van een contract. In dit contract staan de rechten en plichten van de werknemer en de werkgever. Het is overigens niet verplicht om een arbeidsovereenkomst schriftelijk aan te gaan, maar dit is voor beide partijen wel ten zeerste aan te raden om problemen te voorkomen. Ambtenaren en militairen hebben geen arbeidsovereenkomst maar krijgen een aanstelling waar de (andere) rechten en plichten uit volgen.
Naast een individuele arbeidsovereenkomst is er in veel sectoren ook sprake van een Collectieve Arbeids Overeenkomst (CAO). CAO’s leggen vaak algemenere afspraken vast. Deze afspraken vormen de minimumafspraken tussen werknemer en werkgever. Het is mogelijk om er in individuele arbeidsovereenkomsten in positieve zin voor de werknemer vanaf te wijken. CAO’s kunnen door de minister algemeen verbindend worden verklaard, waardoor elk bedrijf in een bepaalde sector zich aan die CAO moet houden. De geldende CAO’s kun je vinden in de staatscourant.
De wet definieert de dwingende regels. Zowel een CAO als een individuele arbeidsovereenkomst kunnen hier niet in negatieve zin vanafwijken.
Wat doet een vakbond en/of rechtsbijstandsverzekering?
De rol van een vakbond is in beginsel vrij breed. Een vakbond vertegenwoordigt haar leden in brede zin. Dit kan bestaan uit het onderhandelen over CAO’s, het individueel ondersteunen van leden die een conflict hebben met hun werkgever, en het collectief voeren van acties. De meest bekende vorm van acties staat bekend als staking. Bij de reguliere vakbonden gaat een deel van de vakbondscontributie naar een pot om in geval van staking de stakers van een uitkering te kunnen voorizen. Veel vakbonden bieden daarnaast een vorm van juridische ondersteuning of rechtsbijstand aan.
Een rechtsbijstandverzekering is een verzekering die juridische bijstand bekostigt. Voor arbeidsconflicten moet vaak apart dekking afgesloten worden. Een rechtsbijstandsverzekering kan helpen verplichtingen die voortvloeien uit de wet of uit een arbeidsovereenkomst af te dwingen. Een rechtsbijstandsverzekering dient alleen de belangen van de individuele verzekerde.
Wat is een concurrentiebeding?
Een concurrentiebeding bepaalt welke werkzaamheden een werknemer na zijn arbeidsovereenkomst niet mag uitvoeren in loondienst of als zelfstandige. Deze regeling is gebaseerd op 7:653 BW.
Om de werknemer te beschermen moet een concurrentiebeding aan een aantal eisen voldoen. Een van die eisen is dat het beding schriftelijk overeengekomen moet zijn.
De wet stelt ook inhoudelijke eisen aan een concurrentiebeding. Een daarvan is een duidelijke afbakening van het beding zoals bijvoorbeeld de verboden activiteiten, duur van het verbod, of de relaties die het betreft (zie relatiebeding).
Een concurrentiebeding geldt in beginsel ongeacht hoe de arbeidsovereenkomst eindigt, dus ook bij beëindiging tijdens de proeftijd of wegens rechtswege. Wel is het vaak zo dat rechters in die gevallen het beding vaak vernietigen of matigen. Een werkgever kan naleving van het beding en een dwangsom eisen bij overtreding van het beding. Daarnaast kan de werkgever een schadevergoeding eisen.
De kantonrechter kan een beding matigen of vernietigen. Hij kijkt hierbij naar de belangen van de werknemer, zoals vrije keuze van arbeid, positieverbetering, etc., en naar de belangen van de werkgever, zoals het voorkomen van schade door activiteiten van de werknemer. Onder het laatste valt niet het in dienst houden van de medewerker.
Een rechter kan een vergoeding toekennen indien de werknemer door het concurrentiebeding belemmerd wordt ergens werkzaam te zijn en daardoor bijvoorbeeld werkloos is of minder verdient.
Uitgebreidere informatie over dit onderwerp is te vinden op http://www.arbeidsrechter.nl/h/h134.htm.
Wat is een relatiebeding?
Zie concurrentiebeding, maar nu specifiek met betrekking tot bepaalde relaties zoals clienten, toeleveranciers, etc. van werkgever.
Kan ik eerder ontslag nemen als ik een arbeidsovereenkomst heb voor bepaalde tijd?
In principe moet een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder schriftelijk overeengekomen opzegtermijn uitgediend worden tot het einde van de overeengekomen periode. Uiteraard kan in goed overleg tussen werknemer en werkgever besloten worden om de arbeidsovereenkomst eerder te beëindigen. 7:667 BW zegt:
- Een arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege, wanneer de tijd is verstreken bij overeenkomst, bij de wet of door het gebruik aangegeven.
- Voorafgaande opzegging is in dat geval nodig:
a. indien zulks bij schriftelijk aangegane overeenkomst is bepaald;
b. indien volgens de wet of het gebruik opzegging behoort plaats te vinden en daarvan niet, waar zulks geoorloofd is, bij schriftelijk aangegane overeenkomst is afgeweken.- Een arbeidsovereenkomst als bedoeld in lid 1 kan slechts tussentijds worden opgezegd indien voor ieder der partijen dat recht schriftelijk is overeengekomen.
Lid 1 en 3 zijn belangrijk: een arbeidsovereenkomst eindigt pas wanneer de tijd verstreken is die in de overeenkomst is opgenomen, en kan alleen worden opgezegd indien voor beide partijen die mogelijkheid eveneens in de overeenkomst is opgenomen, tenzij er bepaalde wettelijke regels zijn waardoor de arbeidsovereenkomst vervalt. Die regels staan verder in het Burgerlijk Wetboek en vereisen een echt dringende reden.
Er is nog wel een uitweg in de vorm van Artikel 7:677 BW waarbij je ook zonder goedvinden onder de arbeidsovereenkomst uit kunt, maar dan ben je wel schadeplichting richting de werkgever. De schadevergoeding komt doorgaans neer op het salaris dat je over de resterende periode verdiend zou hebben dus dat is meestal geen al te gunstige oplosssing (zie Artikel 7:680 BW).
Sociale zekerheid en uitkeringen
In deze faq wordt op een aantal uitkeringen ingegaan. Er is een keuze gemaakt om in te gaan op de meest voorkomende uitkeringen. Bedenk bij het lezen van de uitleg en werking van de uitkeringen en wetten dat deze deels gebaseerd is op ervaringen en subjectieve opvattingen van de schrijver. Het doel is een globaal beeld te scheppen van de uitkeringen die er bestaan.
De werkloosheidswet
Op het moment dat je werkloos bent geworden is het verstandig je te melden bij het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). Hier kun je een aanvraag voor een Werkloosheids Wet (WW) uitkering indienen. Het doel van het CWI is om mensen zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Lukt dat niet, dan zal er in principe een WW-aanvraag ingenomen worden.
Let erop dat je je uiterlijk de eerste werkdag nadat je werkloos bent geworden dient te melden bij het CWI!
Denk niet dat het CWI je wel even aan een baantje zal helpen. Het CWI helpt in principe alleen als je die hulp echt nodig hebt. Als je zelf op zoek wilt naar werk kun je naast het CWI terecht bij uitzendbureau's en diverse sites waar vacatures te vinden zijn. Vacature sites:
Uitzendbureaus:
- www.randstad.nl
- www.start.nl
- www.tempo-team.nl
- www.adecco.nl
- www.olympia-uitzendbureau.nl
- www.dactylo.nl
- www.vedior.nl
- www.creyfs.nl
- www.unique.nl
- www.asa-uzb.nl
Voorwaarden voor een WW-uitkering
Een WW-uitkering is een uitkering voor werknemers die werkloos zijn. De WW-uitkering valt onder de sociale verzekeringen. Dit betekent dat je verzekerd moet zijn voor de WW wil je een WW-uitkering kunnen ontvangen. In feite is het simpel: als je werknemer bent betaal je automatisch premie voor de WW en ben je dus verzekerd. Er zijn uitzonderingen, maar in principe moet je in loondienst hebben gewerkt om in aanmerking te kunnen komen voor een WW-uitkering.
Om een WW-uitkering te kunnen krijgen moet je aan een aantal voorwaarden voldoen. Die voorwaarden zijn:
- Je moet werkloos zijn. Er moet een verlies van minimaal 5 werkuur zijn. Als je minder dan 10 uur per week werkt moet je minimaal de helft van die uren werkloos zijn geworden.
- Over de uren die je werkloos bent geworden mag er geen recht bestaan op doorbetaling (niet werken terwijl je wel betaald krijgt dus).
- Je moet beschikbaar zijn om werk wat past bij jouw opleidingsniveau (passende arbeid) te accepteren.
- Het ontslag mag niet verwijtbaar zijn. Het mag niet jouw schuld zijn dat je werkloos bent geworden, je mag er niet mee instemmen en bij dreigend ontslag moet je inspanning verrichten om werkloosheid te voorkomen.
- Over de 36 weken voordat je werkloos werd moet je minstens in 26 weken hebben gewerkt. Dit heet de referte eis of 26-uit-36 eis. Wanneer je in iedere week 1 uur hebt gewerkt is dat voldoende om als een week te tellen.
- Je moet beschikbaar zijn voor werk.
Hoogte en de duur van de WW-uitkering
Tot 1 oktober 2006 bestonden er twee verschillende WW-uitkeringen, namelijk de loongerelateerde en kortdurende WW-uitkering. Met ingang van 1 oktober 2006 bestaat enkel nog de loongerelateerde uitkering. Een WW-uitkering ontvang je gedurende minimaal 3 en maximaal 38 maanden.
Om langer dan de minimale 3 maanden een WW-uitkering te kunnen ontvangen, moet er worden voldaan aan de 4-uit-5 eis. Deze eis houdt in dat er in de 5 jaar voorafgaand aan het jaar van werkloosheid in minstens 4 jaar is gewerkt. Een jaar wordt als gewerkt geteld wanneer er minstens 52 dagen is gewerkt. Hierbij geldt weer dat 1 uur werken op een dag als een hele werkdag telt.
De eerste twee maanden bedraagt de WW-uitkering 75% van het loon per werkdag (dagloon). De maand(en) hierna bedraagt de uitkering 70% van het dagloon. Het dagloon is per 1 januari 2007 gemaximaliseerd op ¤172,48.
De exacte duur en hoogte van de loongerelateerde uitkering is dus afhankelijk van je arbeidsverleden en salaris. Het is hier uit te rekenen.
De WW-uitkering stopt wanneer:
- Je weer gaat werken. Wanneer je minder uren gaat werken dan het aantal uur waarvoor je werkloos bent blijf je over het restant WW ontvangen zolang er minstens 5 uur werkloosheid overblijft.
- Er een reden is voor uitsluiting van de uitkering, bijvoorbeeld als je niet voldoet aan de voorwaarden voor de uitkering.
- Je de maximale WW-duur hebt doorlopen.
Reïntegratie
Omdat het de maatschappij geld kost wanneer mensen WW ontvangen, is het zaak om WW'ers zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Soms lukt dat zelfstandig en soms is er wat hulp bij nodig. Dit kan in de vorm van reïntegratie. Reïntegratie betekent dat er mogelijkheden worden geboden om meer kans te krijgen op werk. Denk bijvoorbeeld aan een opleiding heftruckchauffeur, cursus solliciteren of iets anders wat op jouw situatie van toepassing is. Het is zelfs mogelijk om zelf je reïntegratie aan te pakken door middel van een Individuele Reïntegratieovereenkomst (IRO).
Links en informatie
Loondoorbetaling tijdens ziekte en de Ziektewet
Als je werknemer bent en je wordt ziek, zul je door je werkgever doorbetaald krijgen. Soms worden de eerste 2 dagen van ziekte niet betaald, dit is dan in de CAO geregeld of in je contract. De hoogte van het loon tijdens ziekte is minimaal 70% van het loon. Gedurende de eerste 52 weken van ziekte moet er minimaal 70% van het minimumloon worden betaald.
Zolang je ziek bent en je een contract hebt zal je werkgever je moeten doorbetalen. Als je langere tijd ziek bent is de werkgever verplicht zich in te spannen om je weer aan het werk te krijgen. Dat kan betekenen dat je binnen een andere functie aan de slag moet binnen het bedrijf of dat er aanpassingen worden verricht om het werken mogelijk te maken. Het is in ieder geval de bedoeling te voorkomen dat je na 2 jaar ziekte in de WIA terecht komt.
Stel dat je een contract hebt van een half jaar en je wordt na 3 maanden ziek, dan is de kans groot dat je contract niet verlengd zal worden als je ziek blijft. In dat geval zul je na afloop van het contract een Ziektewetuitkering krijgen. Ben je voor onbepaalde tijd in dienst en blijf je 2 jaar ziek, dan kom je na deze 2 jaar loondoorbetaling door de werkgever in principe in de WIA terecht.
De Ziektewet
De Ziektewet is er voor alle (ex-)werknemers in Nederland die jonger zijn dan 65 jaar en die geen recht hebben op doorbetaling van hun loon als ze ziek zijn. In principe zul je als werknemer bij ziekte doorbetaald worden door je werkgever. Wanneer je geen recht hebt op doorbetaling van je loon, dan is het mogelijk dat je alsnog recht hebt op een Ziektewetuitkering.
Recht op een Ziektewetuitkering is er:
- Als je een contract hebt dat tijdens de ziekte stopt.
- Als je oproepkracht of uitzendkracht bent en bij ziekte geen recht op loondoorbetaling hebt.
- Als je een WW-uitkering ontvangt en ziek wordt.
Ook zwangere of kort geleden bevallen vrouwen die door de zwangerschap of na de bevalling ziek zijn geworden en orgaandonoren hebben recht op een Ziektewetuitkering. Zij ontvangen tegelijkertijd loon en een Ziektewetuitkering. De werkgever houdt de Ziektewetuitkering in op het loon.
De Ziektewet eindigt op het moment dat er sprake is van 104 weken ziekte. Na deze periode, dus 2 jaar ziekte, zal er mogelijk een WIA-uitkering worden gestart afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Links en informatie:
De wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)
Wanneer je 2 jaar een ZW-uitkering hebt ontvangen of bent doorbetaald door je werkgever dan kom je in aanmerking voor een WIA-uitkering. De WIA is de opvolger van de WAO, die wellicht bekender is van naam. De WIA is bedoelt voor werknemers die arbeidsongeschikt zijn.
Om toegelaten te worden tot de WIA is het van belang dat de werkgever zich in de 2 jaar van ziekte of arbeidsongeschiktheid voldoende heeft ingezet om reïntegratie mogelijk te maken. Heeft de werkgever aan zijn verplichtingen voldaan en ben je nog steeds arbeidsongeschikt, dan volgt de WIA.
De WIA zelf bestaat uit 2 onderdelen:
- De regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA).
- De regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).
De WGA is bedoelt voor werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. De IVA is bedoeld voor werknemers die volledig arbeidsongeschikt zijn. Onder welke regeling je valt is afhankelijk van je loonverlies. Het loonverlies is het verschil tussen het dagloon dat je verdiende voor je ziek werd en het loon dat je met je ziekte of beperkingen nog zou kunnen verdienen (verdiencapaciteit).
Stel dat je voor je ziek werd een dagloon van ¤70,00 had en je bij de beoordeling van de WIA nog werk kunt doen waar je ¤40,00 mee kunt verdienen dan is het loonverlies ¤30,00. Dit is 43% van het eerdere loon.
Om een WIA-uitkering te ontvangen moet je minstens een loonverlies hebben van 35%. Zit je hieronder dan ben je niet arbeidsongeschikt.
Is het loonverlies tussen de 35% en 80% of 80% en meer en er is zicht op herstel, dan ontvang je een WGA-uitkering. Bij een loonverlies van 80% of meer zonder uitzicht op herstel ontvang je een IVA-uitkering.
De WGA
Wie gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, minimaal voor 35%, ontvangt een WIA-uitkering op basis van de WGA.
Binnen de WGA bestaan er 3 verschillende uitkeringen:
- De loongerelateerde uitkering.
- De loonaanvullingsuitkering.
- De vervolguitkering.
Om in aanmerking te komen voor de loongerelateerde uitkering moet er in de laatste 36 weken voor de uitkering minstens 26 weken gewerkt zijn. Wordt hieraan voldaan, dan bedraagt de uitkering 70% van van het verschil tussen het laatstverdiende loon (dus voor arbeidsongeschiktheid) en het loon dat tijdens arbeidsongeschiktheid wordt verdiend. De termijn waarop een loongerelateerde uitkering wordt ontvangen is afhankelijk van de leeftijd waarom de werknemer arbeidsongeschikt wordt en varieert van 6 maanden tot 5 jaar.
Na een eventuele loongerelateerde uitkering volgt een loonaanvullingsuitkering wanneer er per maand minimaal de helft van de vastgestelde resterende verdiencapaciteit wordt verdiend. Als er minder dan de helft van de verdiencapaciteit aan inkomen is, dan zal er een vervolguitkering worden verstrekt. De hoogte van een vervolguitkering is maximaal 50,75% van het minimumloon.
De uitkering op basis van de WGA eindigt wanneer er 65% of meer van het inkomen voor ziekte wordt verdiend. Dan is er immers sprake van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
De IVA
Wie volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is krijgt een IVA-uitkering. De IVA-uitkering bedraagt 70% van het dagloon wat voor de arbeidsongeschiktheid werd verdiend. Hiervoor geldt wel een maximum.
Wanneer er nog inkomsten zijn wordt 70% van deze inkomsten in mindering gebracht op de IVA-uitkering. De IVA-uitkering eindigt wanneer de arbeidsongeschikte 65 jaar wordt, of de inkomsten uit arbeid 20% of meer bedragen van wat er voor arbeidsongeschiktheid werd verdiend. Er is dan immers sprake van minder dan 80% arbeidsongeschiktheid.
Kijk voor een duidelijk schema van de WIA-uitkering naar de inkomenwijzer.
Links en informatie
De arbeidsongeschiktheidsuitkering voor jongeren (WAJONG)
Voor de WIA geldt dat je 2 jaar een Ziektewet-uitkering moet hebben ontvangen. Als je net van school komt en je bent door ziekte of een andere reden arbeidsongeschikt dan heb je geen recht op een WIA uitkering. Je doorloopt simpelweg niet de route via werk en een ZW-uitkering naar een WIA-uitkering. Voor deze doelgroep is er de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG).
Wie kan een WAJONG-uitkering krijgen:
- Je moet jonger dan 65 jaar zijn en op de dag dat je 17 jaar werd arbeidsongeschikt zijn of;
- Na je 17e arbeidsongeschikt worden en in het jaar voor de arbeidsongeschiktheid minimaal 6 maanden als studenende zijn aan te merken. Dit zijn o.a. mensen die een vergoeding krijgen op grond van de Wet studiefinanciering (WSF 2000) of Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos).
- Wie geen vergoeding krijgt op grond van bovenstaande regelingen maar wel jonger dan 30 jaar is en minimaal 213 klokuren per kwartaal voor onderwijs of beroepsopleiding lessen of stage volgt.
Wie een WAJONG-uitkering wil aanvragen moet dit doen binnen 13 weken na de 17e verjaardag of binnen 13 weken nadat hij als studerende arbeidsongeschikt is geworden. De uitkering kan niet eerder ingaan dan op de 18e verjaardag. Voor het vaststellen van de arbeidsongeschiktheid geldt een wachttijd van 52 weken.
Bepaling van arbeidsongeschiktheid
Om vast te stellen of iemand arbeidsongeschikt is wordt gekeken naar het verlies van het verschil tussen het dagloon dat je verdiende voor je ziek werd en het loon dat je met je ziekte of beperkingen nog zou kunnen verdienen (verdiencapaciteit). Er wordt een vergelijk gemaakt met wat de jonggehandicapte nu nog kan verdienen in willekeurig welke functie en wat de jonggehandicapte had kunnen verdienen op basis van zijn opleiding en ervaring.
Voorbeeld: Zonder arbeidsongeschiktheid was een inkomen van ¤1200,- mogelijk. Met arbeidsongeschiktheid is er nog ¤700,- te verdienen. Dit is ¤500,- aan inkomensverlies en dus 42% arbeidsongeschiktheid (500/1200*100%).
Er is pas sprake van arbeidsongeschiktheid wanneer het verlies in verdiencapaciteit 25% of groter is.

De grondslag die in bovenstaande tabel wordt genoemd is het minimumloon dat voor de leeftijd van de jonggehandicapte geldt.
Een 19-jarige met 40% arbeidsongeschiktheid zal zo minder aan WAJONG-uitkering (loondervingsuitkering) ontvangen dan een 23-jarige met 40% arbeidsongeschiktheid omdat voor beide leeftijden een ander minimumloon geldt.
De Wet werk en bijstand
De Wet Werk en Bijstand, ook wel bijstandswet genoemd, is het sluitstuk van de Nederlandse sociale zekerheid. In principe heeft iedereen die legaal in Nederland verblijft recht op bijstand wanneer hij niet in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien.
Art. 11 lid 1 WWB:
Iedere Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, heeft recht op bijstand van overheidswege.
Omdat er binnen de WWB veel ruimte is gelaten voor een lokale invulling, zal iedere gemeente net iets anders werken. Hierdoor ontstaan er kleine verschillen per gemeente.
Bij de Wet werk en bijstand geldt het principe: werk gaat voorop, is dat niet mogelijk dan is ondersteuning d.m.v. geld mogelijk. In de praktijk zal dit betekenen dat een bijstandsgerechtigde alles zal moeten doen om aan het werk te komen. Ook is het mogelijk dat de gemeente al binnen een paar dagen werk voor de aanvrager heeft wat geaccepteerd moet worden. Denk hierbij aan eenvoudig productiewerk, papierprikken in het park, etc. Wie dit niet aanneemt zal zijn uitkering snel in rook zien opgaan.
De voorwaarden voor bijstand
- De belangrijkste voorwaarde om bijstand te kunnen krijgen is hierboven al genoemd: je moet Nederlander zijn of daarmee gelijkgesteld en in Nederland verblijven. Er zijn een paar groepen die uitgesloten zijn van bijstand. Dit zijn gedetineerden en mensen jonger dan 18 jaar. Let wel, in zeer bijzondere situaties is hiervan af te wijken. De bijstand is een wet waarbij op individueel niveau moet worden vastgesteld waar iemand recht op heeft, zodoende kunnen er zich bijzondere uitzonderingen voordoen.
- Je moet ingeschreven staat als werkzoekende bij het CWI. Via www.werk.nl kun je jezelf inschrijven als werkzoekende.
- Het vermogen mag niet te hoog zijn. Voor alleenstaanden gelden andere regels dan voor gehuwden en alleenstaande ouders. De actuele vermogensgrens kun je vinden in art. 34 lid 3 WWB. Per 1-1-2007 gelden de volgende vermogensgrenzen:
Alleenstaande: ¤5245,-
Alleenstaand ouder: ¤10490,-
Gehuwden: ¤10490,-
Als vermogen wordt meegerekend:
– spaargeld, geld op de betaalrekening;
– waarde van auto, motor, caravan;
– aandelen, levensverzekeringen, etc.
Het aanwezige vermogen wordt verminderd met de schulden die aantoonbaar zijn. Juwelen, schilderijen, bijzondere goederen of verzamelingen kunnen als vermogen worden gezien. Goederen die naar algemeen gebruik normaal zijn om in bezit te hebben worden niet als vermogen gezien. Sieraden worden daarom veelal buiten de vermogensberekening gehouden zolang de hoeveelheid en waarde ervan als normaal gebruikelijk wordt geschat. Erfstukken zullen meestal niet als vermogen worden beschouwd.
De vermogensberekening en wat er wel of niet tot het vermogen wordt gerekend ligt vast in gemeentelijk beleid. Dat betekent dat een vermogensberekening in gemeente A een hoger vermogen kan opleveren dan die in gemeente B. Wil je voor jouw situatie weten wat je kunt verwachten, neem dan contact op met de gemeente en vraag om de verordening of het beleidsstuk waarin dit staat beschreven. - Er mag geen sprake zijn van een voorliggende voorziening. Een voorliggende voorziening is bijvoorbeeld een WW-uitkering of ander inkomen waar je recht op hebt. Het is wel mogelijk om tegelijkertijd een WW-uitkering en een WWB-uitkering te ontvangen. In dat geval vult de WWB-uitkering aan tot de voor jou van toepassing zijnde bijstandsnorm.
- Er moet worden voldaan aan de inlichtingenverplichting (art. 17 WWB). De inlichtingenverplichting houdt in dat alles wat van invloed kan zijn op het recht op bijstand en de hoogte daarvan (zonodig ongevraagd) moet worden gemeld. Wanneer hieraan niet wordt voldaan kan de uitkering worden teruggevorderd met alle gevolgen van dien.
Bijstandsnormen
Hoeveel bijstand je ontvangt is afhankelijk van je situatie. Standaard wordt er gerekend met de norm van gehuwden, die 100% bedraagt van het minimumloon. Voor alleenstaanden geldt een norm van 50% van die van gehuwden. Voor alleenstaande ouders geldt 70% van de gehuwdennorm. Het huidige minimumloon bedraagt per 1-1-2007 ¤1236,86.

Veelal wordt er bij alleenstaanden en alleenstaande ouders een toeslag toegekend bovenop de norm. Of dit gebeurt en hoeveel die toeslag bedraagt is vastgesteld in gemeentelijk beleid en kan dus per gemeente verschillen. De maximale toeslag die kan worden ontvangen is 20% van het minimumloon. Ben je tussen de 18 en 21 jaar, dan is de norm een stuk lager namelijk ¤213,72 en heb je geen recht op een toeslag. Jongeren onder de 21 jaar kunnen dit bedrag dan ook beter met werk verdienen dan via de uitkering ontvangen.
Gehuwd of alleenstaand? Om bij een aanvraag vast te kunnen stellen welke norm er geldt, moet worden nagegaan hoe de woonsituatie is. Als je alleen woont is het makkelijk, dan ben je alleenstaande. Met een alleenstaand ouder geldt hetzelfde, heb je de zorg voor een kind jonger dan 18 dan ben je alleenstaand ouder. Het wordt lastig op het moment dat je samen met iemand anders in een woning woont. Dan kan er sprake zijn van een gezamenlijke huishouding en kan de norm van gehuwden (of daarmee gelijkgesteld) worden toegepast. Als dat gebeurt, zal het inkomen en het vermogen van die andere persoon ook worden meegenomen bij de aanvraag. Het maakt niet uit of er al dan niet een seksuele relatie aanwezig is, het gaat erom of en in hoeverre de kosten van levensonderhoud worden gedeeld. Kinderen en ouders worden niet gezien als een gezamenlijke huishouding (1e graad), bij kinderen en grootouders (2e graad)is dat wel mogelijk.
Soms is de woonsituatie voor de gemeente onvoldoende duidelijk, in dat geval is de kans groot dat er een huisbezoek zal plaatsvinden. Huisbezoeken worden in de media meestal negatief belicht. Belangrijk om te weten is dat je een huisbezoek doorgaans niet zonder consequentie kunt weigeren. Sta je een huisbezoek niet toe dan is de kans groot dat je geen uitkering zult ontvangen. Daarentegen mag en zal een gemeente geen huisbezoek afleggen voor iets wat zij ook op een eenvoudiger en minder indringende wijze vast kan stellen.
Aanvragen van bijstand
Denk je recht te hebben op een bijstandsuitkering, dan kun je deze aanvragen bij het CWI. Ouderen van 65+ moeten hun aanvraag meestal bij het gemeentehuis zelf indienen. Daklozen kunnen hun aanvraag maar bij een gering aantal gemeente indienen.
Een aanvraag bij het CWI bestaat allereerst uit een melding waarna er een afspraak zal worden gemaakt voor een intakegesprek.
Ieder CWI werkt anders omdat er per gemeente afspraken worden gemaakt. Dat kan betekenen dat je een intakegesprek kunt hebben met medewerkers van het CWI of met medewerkers van de gemeente waarin je woont. Van belang is dat je jezelf meldt voor een uitkering en vervolgens zo spoedig mogelijk de formulieren voor een aanvraag invult.
De aanvraag zelf zal naar de gemeente worden verstuurd waar je zegt te wonen waarna deze je aanvraag in behandeling zal nemen. Eenmaal een aanvraag ingediend zal de gemeente je aanvraag in behandeling nemen. Wanneer er nog gegevens moeten worden aangevuld, zoals bankafschriften, dan zal hiervoor een hersteltermijn worden verstrekt. In een hersteltermijn wordt aangegeven wat de aanvrager nog aan gegevens moet verstrekken voor een bepaalde datum. Worden de gegevens niet tijdig verstrekt, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. Praktisch gezien is er dan te weinig informatie verstrekt om een besluit te kunnen nemen op de aanvraag. Als aanvrager van bijstand ben je dan terug bij af.
Bijzondere bijstand
Naast algemene bijstand bestaat er ook bijzondere bijstand. Waar algemene bijstand bedoeld is voor de algemene kosten van levensonderhoud, is bijzondere bijstand bedoeld voor noodzakelijke kosten van het bestaan die wegens bijzondere omstandigheden niet kunnen worden betaald vanuit de algemene bijstand. Denk hierbij aan een gehoorapparaat, een bril of steunzolen. Deze kosten zijn noodzakelijk en worden mogelijk (deels) vergoed door de ziektekostenverzekering. Het deel wat niet wordt vergoed kan in aanmerking komen voor vergoeding door de gemeente op basis van bijzondere bijstand. Hier komt ook weer een deel gemeentelijk beleid aan te pas en de toepassingsregels zullen dan ook per gemeente verschillen.
Bij de vaststelling of er recht bestaat op bijzondere bijstand wordt gekeken naar het inkomen en het vermogen.
Links en informatie:
Toeslag op de uitkering
De Toeslagenwet is bedoeld om een toeslag te verstrekken wanneer er minder wordt verdiend dan het sociaal minimum. Alleen wanneer je recht hebt op een van onderstaande uitkeringen, kom je in aanmerking voor een aanvulling op grond van de Toeslagenwet:
- Werkloosheidswet (WW)
- Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
- Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten (Wajong)
- Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
- Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
- Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Wamil)
- Ziektewet (ZW)
- Uitkeringen op grond van de Wet arbeid en zorg, bij zwangerschap, bevalling, adoptie en pleegzorg
Daarnaast is de gezinssituatie van belang of er recht bestaat op een toeslag.
Hoogte van de toeslag:
- Voor gehuwden bedraagt deze het verschil tussen het minimumloon en het inkomen.
- Alleenstaanden met een kinder jonger dan 18 jaar ontvangen het verschil tussen 90% van het minimumloon en het inkomen.
- Alleenstaanden ontvangen het verschil tussen 70% van het minimumloon en het inkomen.
Verder geldt dat uitkering en de toeslag samen nooit hoger kunnen zijn dan het dagloon waarop de uitkering is gebaseerd. Hierdoor kan het voorkomen dat er alsnog aanvullende bijstand nodig is en er bijvoorbeeld een gedeeltelijke WW-uitkering met TW-uitkering en aanvullende WWB-uitkering wordt ontvangen.
Links en informatie:
Je aanvraag wordt afgewezen, wat nu? Bezwaarprocedures.
Er zijn diverse redenen waarom het bestuursorgaan je aanvraag kan afwijzen. Je komt niet (meer) voor de specifieke uitkering in aanmerking, je aanvraag is niet volledig of te laat ingeleverd, etc. Stelregel bij een bezwaar is dat de bezwaarmaker nooit slechter uit een procedure mag komen dan het bestreden besluit. Wees daarom niet bang om een in jouw ogen verkeerde beslissing aan te vechten. Een voorbeeld: bij behandeling van een bezwaar over een fraudevordering bleek dat er niet 2000 maar 20000 euro mee gemoeid was. Toch bleef het besluit op 2000 euro omdat de rekenfout in de bezwaarprocedure was gevonden.
Een paar dingen vooraf:
- Dit is een vogelvlucht door de procedure en geen uitputtend en tot achter de komma compleet verhaal. Vraag bij twijfel advies aan een professional!
- Bezwaar schort de uitvoering van een besluit niet op. Een invorderingstraject kan in principe gewoon doorlopen, ondanks je bezwaarschrift. Dat veel bestuursorganen dat niet doen maar de zaak stilleggen tijdens een bezwaar of beroep is coulancehalve. Je kan daar geen rechten aan ontlenen.
- Wees op tijd! Stuur binnen 6 weken na ontvangst van het bestreden besluit een briefje naar het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Zorg dat je naam, adres en het kenmerk/nummer van het besluit duidelijk in de brief staan. Je bezwaar moet uiterlijk 6 weken na de dagtekening van het besluit zijn ontvangen. Lukt dat niet dan kun je op een door jou tijdig in te dienen verzoek nog eens 6 weken uitstel krijgen. Ben je te laat of ben je onvolledig dan is je bezwaar ‘kennelijk niet ontvankelijk’ en is het einde oefening. Wees daarom op tijd en stuur je stukken als het even kan aangetekend of breng ze persoonlijk langs en vraag om een ontvangstbewijs. Zo zit je altijd goed en heb je bewijs dat jouw bezwaarschrift is verzonden en op tijd is aangekomen bij het bestuursorgaan.
- Voor je eigen bijdrage is het soms mogelijk om een vergoeding uit de zogenaamde ‘bijzondere bijstand’ te krijgen Vraag ernaar bij de sociale dienst in je gemeente voor je een procedure start.
Je aanvraag is in jouw ogen onterecht afgewezen, wat nu? In veel gemeenten zijn en burgerraadslieden of een andere vorm van sociale advocatuur. Als je denkt dat je niet in staat bent om deze procedure zelf te voeren dan kun je deze mensen inschakelen. Ook is het mogelijk om voor de zogenaamde ‘rechtsbijstand met toevoeging’ een advocaat toegewezen te krijgen. Meer informatie daarover lees je in deze Postbus51 folder (PDF). Kijk ook eens bij het juridisch loket.
Zelf doen? Een advocaat is niet verplicht bij een bezwaarprocedure. Weet je al precies op welke punten je bezwaar aan wil tekenen? Voeg dan puntsgewijs de bezwaren toe aan je briefje. Hou het kort, bondig en zakelijk. Zorg ook voor een of meer feiten. “Ik ben het er niet mee eens” is geen grond. Lever je een dergelijk bezwaarschrift in dan wordt het afgedaan als 'kennelijk ongegrond'. “Ik denk dat de berekening die u maakt fout is” is al een valide grond voor een bezwaarschrift. Hele betogen over het algeheel maatschappelijk onrecht van de regeling, etc. doe je de beoordelers van je bezwaar geen plezier mee. Laat deze dan ook achterwege tenzij ze direct verband hebben op jou specifieke zaak.
Weet je nog niet precies waar de foute beslissing is gemaakt? Dan maak je ‘bezwaar op nader aan te voeren gronden’. Dit is over het algemeen een heel kort briefje waar je twee dingen in aan moet geven. Naast het feit dat je bezwaar op nader aan te voeren gronden maakt verzoek je het bestuursorgaan jou kopieën toe te zenden van de stukken waarop de beslissing is gebaseerd. Over het algemeen krijg je die stukken zonder morren toegeleverd en ook wat extra tijd om je gronden aan te voeren. Lever je na je eerste brief geen gronden meer in dan is je bezwaar ‘kennelijk niet ontvankelijk en stopt de procedure hier definitief.
Hoorzitting. Over het algemeen wordt er in een bezwaarprocedure een hoorzitting gehouden. Voor een (onafhankelijke) commissie bepleiten de bezwaarmaker en het bestuursorgaan hun zaak. Je kan eventueel in je bezwaarschrift aangeven dat je van deze mogelijkheid gebruik wil maken, of juist niet. De ervaring leert dat het beter is om wel te gaan en je verhaal te doen. Leden van bezwaarcommissies zien en horen graag de visie van de bezwaarmaker en kunnen dan ook nog aanvullende vragen stellen. Ook de bezwaarmaker mag ter zitting nog met nieuwe, aanvullende zaken komen. Je kan iemand meenemen naar zo’n zitting als je dat prettig vind. Ook mag je iemand anders voor jet het woord laten doen. Je moet zo’n persoon dan wel eerst schriftelijk machtigen en die persoon moet de machtiging ter zitting kunnen overleggen.
Beslissing op bezwaarschrift. Het bestuursorgaan heeft in principe 6 weken de tijd om te beslissen op je bezwaarschrift. Daar kunnen nog eens 4 weken bij komen. Is er een hoorzitting geweest dan is de eerste termijn 10 weken met indien nodig een verlening van 4 weken. Heb je binnen die periode niets gehoord? Stuur een briefje naar het bestuursorgaan en verzoek om een beslissing binnen twee weken. Daarna nog niets gehoord? Dan kun je direct een beroep instellen bij de rechtbank tegen de ‘fictieve afwijzing’. Dit beroep kun je op elk moment stoppen als de beslissing in bezwaar eindelijk binnen is en je er tevreden mee bent.
Ben je niet tevreden met het besluit na bezwaar dan kan je beroep instellen bij de sector bestuursrecht van de rechtbank. In Nederland zijn 19 rechtbanken. Je beroep stelt u in bij de rechtbank die hoort bij je woonplaats. Welke rechtbank dat is, vindt je onderaan de brief met daarin de beslissing op het bezwaar.
In principe gelden dezelfde termijnen en regels als voor het bezwaar. Stuur de stukken aangetekend en in tweevoud naar de rechtbank. Vergeet ook niet op tijd de griffierechten (¤38 voor een uitkering, ¤141 voor alle overige zaken) te betalen. Ook voor deze kosten kun je in sommige gemeentes bijzondere bijstand aanvragen. Niet betalen is einde oefening.
Alhoewel een advocaat nog steeds niet verplicht is, is het raadzaam om voor deze fase je tot een burgerraadslieden of iets dergelijks te wenden.
Je kan bij de rechtbank (en eventueel bij de Centrale Raad van Beroep) een voorlopige voorziening aanvragen. Immers het bestreden besluit uit de bezwaarprocedure is nog steeds van kracht. Dit is een soort kort geding voor bestuurszaken. De rechter neemt dan op korte termijn een beslissing vooruitlopen op de behandeling van de hoofdzaak. De rechter kan bijvoorbeeld een beslissing schorsen of de uitkering door laten betalen tijdens het beroep.
Beslist de rechter in beroep nog steeds in je nadeel? Dan is de laatste gang die naar de Centrale Raad van Beroep te Utrecht. De Centrale Raad van Beroep is de hoogste bestuursrechter die oordeelt in hoger beroep over geschillen op het terrein van de sociale zekerheid en in ambtenarenzaken. Ook hier is een advocaat niet verplicht maar is het raadzaam om je zaak toch vooraf te bespreken met een bureau voor rechtshulp of advocaat. Voor de procedure bij de Centrale Raad van Beroep gelden eigenlijk dezelfde regels als bij het beroep bij de rechtbank. De griffie rechten bedragen ¤105 voor een uitkeringszaak en ¤211 voor alle overige zaken. Betaal ze op tijd. Ook voor deze kosten kun je in sommige gemeentes bijzondere bijstand aanvragen. Beroep na een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is in beginsel niet meer mogelijk.
Meer informatie vind je op onder andere www.postbus51.nl en www.rechtspraak.nl en het het juridisch loket
Belastingen
Informatie over belastingen:
Worden extra inkomsten (vakantiegeld, uitbetaalde vrije dagen, overuren, etc.) extra belast?
Extra inkomsten worden niet zwaarder belast, maar tegen de reguliere (progressieve) belastingtarieven. Het tarief dat geldt voor extra inkomsten is op de loonstrook meestal terug te vinden onder het kopje 'bijzonder tarief'. Dit is de belastingschaal waar het hoogste inkomensdeel tegen belast wordt. Indien op jaarbasis blijkt dat er teveel belasting is ingehouden, bijvoorbeeld doordat er er sprake is van onregelmatige inkomsten, dan kan het teveelbetaalde teruggevraagd worden door het invullen van een belastingaangifte.
Financiele producten en diensten
Kan ik een overschrijving terugdraaien? En een automatische incasso?
Nee, een overschrijving kan niet worden teruggedraaid. In geval van een fout zal men contact op moeten nemen met de ontvanger (via de bank) en vragen het terug te storten. In geval van een onverschuldigde betaling zal deze het terug moeten betalen.
Een automatische incasso waarvoor een machtiging is afgegeven kan binnen 30 dagen gestorneerd worden. Hierop bestaan uitzonderingen zoals bepaalde eenmalige machtigingen met 0-dagen terugboektermijn, zoals bv. voor loterijen. Een incasso waarvoor geen machtiging is afgegeven kan altijd worden teruggedraaid zonder dat er sprake is van een termijn van 30 dagen. In dat laatste geval zal aan de bank moeten worden aangegeven dat het een onterechte incasso betreft. De ervaring leert dat bankpersoneel vaak slecht op de hoogte is van deze regelingen.
De volgende topics op GoT bevatten meer informatie over dit onderwerp:
Hoe goedkoop geld te lenen?
Verschillende manieren om geld te lenen in volgorde van goedkoop naar duur zijn:
- IBG (studenten).
Voordelen: Als student is geld lenen bij de IBG het goedkoopst met bovendien zeer gunstige voorwaarden. - Hypothecaire lening (aftrekbaar van belasting, besteding eigen huis).
Voordelen: lage rente (i.v.m. onderpand).
Nadelen: mogelijk meer werk om te regelen met bijbehorende kosten. Looptijd is vaak ook langer. - Hypothecaire lening (niet aftrekbaar van belasting, andere besteding dan eigen huis)
Voordelen: lage rente (i.v.m. onderpand).
Nadelen: mogelijk meer werk om te regelen met bijbehorende kosten. Looptijd is vaak ook langer. - Doorlopend krediet.
Voor een doorlopend krediet (of continu krediet) kies je net als de persoonlijke lening als je voor langere tijd extra bestedingsruimte nodig hebt.
Je spreekt een kredietlimiet af op basis van je inkomen en mogelijke andere financiële verplichtingen. Binnen die limiet kun je altijd opnemen en aflossen naar keuze normaliter rekeninghoudend met een percentage van 2-3% dat meestal minimaal moet worden afgelost maar ook variabele percentages behoren hier en daar tot de mogelijkheden.
De rente wordt altijd berekend over het openstaande saldo en is meestal afhankelijk van de hoogte van de limiet en is variabel.
Het is niet bekend hoe lang het krediet nodig is en daarom kunt je zelf bepalen hoe lang de aflossing duurt. Om die reden is het ook dat er ook iedere keer na een aflossing of als je de limiet nog niet bereikt hebt opnieuw geld kan worden opgenomen.
Het is niet handig om een doorlopend krediet voor het kopen van zaken met een beperkte levensduur te nemen. Denk hierbij aan een bovengemiddelde PC, TV of Hifi-installatie. Meestal duurt het aflossen langer en is het apparaat al bij het grof vuil verdwenen terwijl je er nog steeds voor betaalt.
Voordelen: Het voordeel van een doorlopend krediet is vooral de flexibiliteit, omdat er telkens kan worden afgelost en weer opgenomen. Daarnaast is het gemakkelijk als er gedurende een nog onbekende periode geld nodig is. Het geld ligt altijd voor je klaar en er zijn verder geen ingewikkelde en vertragende toestanden. De maandelijkse lasten zijn lager dan bij een persoonlijke lening omdat de looptijd langer is.
Nadelen: De belangrijkste voordelen vormen tevens het nadeel. Ben je erg makkelijk of zelfs te makkelijk in het omgaan met geld dan is de verleiding groot om ‘het is maar tijdelijk’ geld te gaan halen. Er zijn duizenden gevallen van mensen die daardoor nooit van hun schuld afkomen. Tel daarbij de kans op een hoger wordende rente op en je zit al snel met een groot probleem. - Persoonlijke lening.
Wil je, in principe eenmalig, een bedrag in handen hebben dan is deze vorm van lenen de meest eenvoudige.
De lening moet binnen een vooraf afgesproken termijn worden terugbetaald. Gangbaar is een termijn van 6 tot 60 maanden maar een langere looptijd is mogelijk. Over het te lenen bedrag wordt door de kredietverstrekker rente berekend en deze rente wordt bij het te lenen bedrag geteld en gedeeld door het aantal maanden die afgesproken zijn om het af te lossen bedrag per maand te bepalen. Tijdens de totale duur van de leenoverkomst staat dus de rente en de termijnbedragen vast en blijven ze ongewijzigd. Het is bij een langere termijn van 60 maanden niet uitgesloten dat de rente, en dus ook de termijnbedragen worden herzien. Bij deze vorm profiteer je niet van een evt. rentedaling maar ondervind je ook geen nadeel in het geval van een rentestijging. Eerder volledig aflossen als overeengekomen kan alleen als dit in de overeenkomst staat. Vaak moet men dan een boeterente betalen maar die zal normaliter verrekend kunnen worden omdat de looptijd van de lening korter wordt en de vooraf berekende rente evenredig lager is geworden. Incidenteel extra aflossen is ook meestal mogelijk en soms zonder boeterente. Deze bepaling is ook in het contract te vinden.
Voordelen: Het voornaamste voordeel van een persoonlijke lening is dat de te betalen maandtermijnen vast liggen en dat aan het einde van de looptijd de schuld is afgelost. Je weet altijd waar je aan toe bent.
Nadelen: Een nadeel van de persoonlijke lening is de afwezigheid van flexibiliteit. Het is vrijwel onmogelijk om bijvoorbeeld het geleende bedrag te verhogen. Heb je ineens behoefte aan extra geld dan kun je dat veelal wel vergeten is alleen een nieuwe persoonlijke lening mogelijk. Een tweede nadeel is de eerdergenoemde boeterente. Deze zal hoger zijn naar mate je de lening eerder aflost. - Rekening courantkrediet / "rood" staan.
Mogen rood staan bij een bank is een rekening-courant krediet op je betaalrekening. Vooraf wordt met de bank overeengekomen of bepaalt de bank uit eigen beweging in hoeverre je kunt betalen of geld kunt opnemen zonder dat dit op je rekening staat.
De bank zal van tevoren wel rekening houden met de bedragen die regelmatig op je rekening binnenkomen. Meestal is er geen verplichting tot aflossing van dit krediet maar banken kunnen natuurlijk hierop uitzondering maken.
Voordelen: Flexibiliteit. Het krediet is aan je bankrekening gekoppeld en je hebt dus altijd geld tot je beschikking, uiteraard tot aan het maximum wat afgesproken is.
Nadelen: Ook hier geldt dat de nadelen vrijwel gelijk zijn aan de voordelen. Zie hiervoor het stukje doorlopende krediet. Daarnaast zijn er rentekosten die berekend worden altijd hoger dan voor andere leningen. - Creditcard.
Creditcard overeenkomsten komen in twee smaken. De eerste betreft een creditcard waar in principe elke maand de uitgaven van die maand volledig worden voldaan. Het tweede betreft een creditcard waar maandelijks een bepaald bedrag wordt afgelost. Dit laatste is een lening tegen een (hoge) rente.
Voordelen: flexibiliteit.
Nadelen: zeer hoge rente. - Betaalkaarten zoals Comfortcard, etc.
Voordelen: vaak beschikbaar op de plaats van aankoop, soms in combinatie met voordelig ogende acties zoals "betaal pas bij Sint Juttemis".
Nadelen: zeer hoge rente en vaak ongunstige of ondoorzichtige voorwaarden en kosten.
Ook uitgestelde betalingen vallen hieronder omdat de 'administratiekosten' een verkapte vorm van rente is, en het 0% tarief omslaat in een hoog tarief na het verlopen van de termijn.
Binnen de hier genoemde categorien zijn er vaak verschillende aanbieders die verschillende kosten en voorwaarden hanteren. Een bank met een lage rente hoeft niet per se slecht te zijn. Let daarbij echter wel op de voorwaarden die gehanteerd worden. Let ook op of er bijvoorbeeld 'verplichte' verzekeringen afgesloten dienen te worden die de totale kosten van de lening opdrijven. Bereken ook altijd de totale kosten (aflossing+rente) over de complete looptijd en niet alleen maar naar de rente en maandlasten.
Zie ook:
Slotwoord
Voor deze FAQ staan we altijd open voor commentaar, aanvulling, ideeën of suggesties. Neem in zo'n geval contact op met een moderator of laat je feedback achter in het WI Feedbacktopic.
Veel plezier in Werk & Inkomen 
Namens de moderators van Werk & Inkomen:
Credits
Deze FAQ bevat bijdragen van:
- Rukapul
- SmartDoDo
- zeef
- Guardian Angel
- Jou? (neem contact op met een moderator)
Changelog
versie 1.0, december 2006, eerste versie
versie 1.01, januari 2007, kleine updates